6.1 Gevaren en risico's
27
Letsel of de dood door andere weggebruikers
27
Draag opvallende, reflecterende kleding en een fietshelm.
27
Rijd altijd defensief.
27
Let op de dode hoek van afslaande voertuigen. Minder uit voorzorg vaart bij rechtsafslaand verkeer.
27
Vallen door loszittende kleding
27
Draag stevige schoenen en nauwsluitende kleding.
27
Vallen door vuil
27
Verwijder voor het rijden sterke vervuiling.
27
Vallen door een slechte toestand van de weg
27
Neem de toestand van de weg in acht. Rijd langzaam en rem tijdig.
27
Parkeer de fiets nooit in de zon.
27
Controleer op warme dagen regelmatig de bandenspanning en corrigeer deze zo nodig.
27
Rem de fiets af wanneer snelheden boven 25 km/h worden bereikt.
27
Houd de fiets altijd droog en vorstvrij.
27
Wanneer de fiets wordt gebruikt bij temperaturen onder 3 °C, moet de dealer vooraf een inspectie uitvoeren en het gebruik in de winter voorbereiden.
27
Neem afhankelijk van de toestand van de weg elke 30 tot 90 minuten pauze.
27
6.1.1 Persoonlijke beschermingsmiddelen
27
6.2 Instructie en klantenservice
28
6.3 Fiets aanpassen
28
Vallen door verkeerd afgestelde aanhaalmomenten
28
Neem altijd de op de schroef resp. in de gebruikshandleiding vermelde aanhaalmomenten in acht.
28
6.3.1 Zadel afstellen
28
6.3.1.1 Zadelhoek afstellen
28
Voordat u de fiets aan uw behoeften gaat aanpassen, zet u het zadel horizontaal.
28
Afbeelding 31: Horizontale zadelhoek
28
6.3.1.2 Zithoogte bepalen
28
Afbeelding 32: Optimale zadelhoogte
28
6.3.1.3 Zithoogte met snelspanner afstellen
29
Afbeelding 33: Snelspanner van de zadelpen openen
29
Vallen door een te hoog afgestelde zadelpen
29
Trek de zadelpen slechts tot de markering van de minimale insteekdiepte uit het frame.
29
Afbeelding 34: Detailaanzicht zadelpen, voorbeelden van de markering van de minimale insteekdiepte
29
6.3.1.4 In hoogte verstelbare zadelpen
29
Voorbereiding
29
Zadel lager zetten
29
Afbeelding 35: De hendel van de zadelpen, links (1) of rechts (2) op het stuur gemonteerd
29
Zadel hoger zetten
29
6.3.1.5 Zitpositie afstellen
30
Afbeelding 36: Loodlijn vanaf de knieschijf
30
Maak de voorziene schroefverbindingen los, stel het stuur af en zet de klemschroeven van het stuur weer met het maximale aanhaalmoment vast.
30
6.3.2 Stuur afstellen
30
Vallen door verkeerde afstelling van de spankracht
30
Bevestig een snelspanner nooit met gereedschap (bv. een hamer of tang).
30
Gebruik uitsluitend spanhendels met correct afgestelde spankracht.
30
6.3.3 Voorbouw afstellen
30
Vallen door losgeraakte voorbouw
30
Controleer na de eerste twee uren rijden dat het stuur en het snelspansysteem goed vast zitten.
30
6.3.3.1 Stuurhoogte afstellen
30
Afbeelding 37: Gesloten (1) en geopende (2) voorbouwspanhendel, voorbeeld by.schulz speedlifter
30
Afbeelding 38: Vergrendelhendel omhoog trekken, voorbeeld by.schulz speedlifter
31
6.3.3.2 Spankracht snelspanners afstellen
31
Wanneer de spanhendel van het stuurvoor zijn eindstand stopt, moet de kartelmoer worden uitgedraaid.
31
Wanneer de spankracht van de spanhendel van de zadelpen onvoldoende is, moet de kartelmoer worden ingedraaid.
31
Wanneer de spankracht niet kan worden afgesteld, moet de dealer de snelspanner controleren.
31
6.3.4 Rem afstellen
31
6.3.4.1 Grijpafstand Magura HS33 remhendel afstellen
31
Afbeelding 39: Grijpafstand remhendel Magura HS33 afstellen
31
Draai de stelschroef linksom in de min- richting (–) uit.
31
Draai de stelschroef rechtsom in de plus- richting (+) in.
31
6.3.4.2 Grijpafstand Magura HS22 remhendel afstellen
31
U kunt de positie (de grijpafstand) van de remhendel aan uw wensen aanpassen.
31
Afbeelding 40: Grijpafstand remhendel Magura HS33 afstellen
31
Zet de schuif (2) naar buiten (–) in de stand II of III.
32
Zet de schuif naar binnen (+) in de stand II of I.
32
Vallen door verkeerde afstelling van de grijpafstand
32
Controleer, nadat de grijpafstand is afgesteld, de stand van de remcilinder. Corrigeer deze zo nodig.
32
6.3.4.3 Grijpafstand Magura schijfremhendel afstellen
32
Geldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrusting
32
Vallen door verkeerde afstelling van de grijpafstand
32
Controleer dat de stevig aangetrokken remhendel een minimale afstand van 20 mm tot het stuur (4) behoudt.
32
Afbeelding 41: Grijpafstand remhendel Magura schijfrem afstellen
32
Draai de stelschroef/ draaiknop (5) linksom in de min-richting (–) uit.
32
Draai de stelschroef rechtsom in de plus- richting (+) in.
32
6.3.4.4 Drukpunt Magura remhendel afstellen
32
Falen van de remmen bij verkeerde afstelling
32
Controleer voor het afstellen van het drukpunt, dat de slijtagegrens van de remvoeringen en remschijf niet is bereikt.
32
Draai de draaiknop in de plus-richting (+).
32
Afbeelding 42: Gebruik van de draaiknop (1) voor afstelling van het drukpunt
32
6.3.5 Remvoeringen inrijden
33
6.3.6 Suntour-vork afstellen
33
Vallen door verkeerde afstelling van de vering
33
Rijd nooit met een voorvork met luchtvering zonder lucht.
33
Gebruik de fiets nooit zonder de verende voorvork op het gewicht van de berijder af te stellen.
33
Het is aan te bevelen de waarden van de basisafstelling schriftelijk vast te leggen. Dat kan behulpzaam zijn als uitgangspunt voor latere, geoptimaliseerde afstellingen en bij onbedoelde wijzigingen.
33
6.3.6.1 Negatieve veerweg afstellen
33
6.3.6.2 Negatieve veerweg voorvork met stalen veer afstellen
33
Afbeelding 43: Afstelwiel voor de negatieve veerweg op de kroon van de verende voorvork
33
6.3.6.3 Negatieve veerweg voorvork met luchtvering afstellen
34
Het luchtventiel bevindt zich onder de ventieldop op de kroon van de linker vorkpoot. Verwijder de ventieldop.
34
Afbeelding 44: Schroefafdekkingen in verschillende uitvoeringen
34
Tabel 10: Suntour vuldruktabel voor luchtvorken
34
6.3.6.4 Trekdemper van de voorvork met luchtvering afstellen
34
Afbeelding 45: Suntour trekdemperschroef (2), vork (1)
34
6.3.7 FOX-vork afstellen
35
Vallen door verkeerde afstelling van de vering
35
Rijd nooit met een voorvork met luchtvering zonder lucht.
35
Gebruik de fiets nooit zonder de verende voorvork op het gewicht van de berijder af te stellen.
35
6.3.7.1 Negatieve veerweg afstellen
35
Tabel 11: FOX vuldruktabel luchtvork
35
6.3.7.2 Trekdemper afstellen
36
Afbeelding 46: FOX trekdemperafsteller (1) op het uitvaleinde van de vork
36
6.4 Accessoires
37
Tabel 12: Accessoires
37
6.4.1 Kinderzitje
37
Vallen door een verkeerd kinderzitje
37
Bevestig nooit een kinderzitje aan het zadel, het stuur of de framebuis.
37
Vallen door onjuist gebruik
37
Oefen een veilig gebruik met het kinderzitje voordat de fiets op de openbare weg wordt gebruikt.
37
Beknellingsgevaar door open veren
37
Monteer nooit een zadel met open veren wanneer een kinderzitje wordt gebruikt.
37
Monteer nooit een verende zadelpen met open mechanisme resp. open veren wanneer een kinderzitje wordt gebruikt.
37
Neem de wettelijke bepalingen voor het gebruik van kinderzitjes in acht.
37
Neem de bedienings- en veiligheidsaanwijzingen voor het kinderzitje in acht.
37
Overschrijd nooit het hoogste toegestane totaalgewicht.
37
6.4.2 Fietsaanhanger
38
Vallen door falen van de remmen
38
Overschrijd nooit de vermelde maximale aanhangerbelading.
38
De bedienings- en veiligheidsaanwijzingen voor het aanhangersysteem moeten in acht worden genomen.
38
De wettelijke bepalingen voor het gebruik van fietsaanhangers moeten in acht worden genomen.
38
Gebruik uitsluitend koppelingssystemen met typegoedkeuring.
38
Afbeelding 47: Waarschuwingssticker aanhanger
38
6.4.3 Bagagedrager
38
6.5 Voor het rijden
39
Vallen door onopgemerkte schade
39
Neem de fiets buiten gebruik en laat deze door een dealer controleren.
39
Vallen door materiaalmoeheid
39
Stel de fiets onmiddellijk buiten gebruik bij tekenen van materiaalmoeheid. Laat de dealer de kwestie controleren.
39
Laat regelmatig de dealer een inspectie uitvoeren. Bij deze inspectie onderzoekt de dealer de fiets op tekenen van materiaalmoeheid op het frame, de vork, de ophanging van de veringelementen (indien voorzien) en op onderdelen van composieten.
39
Stel carbon onderdelen van de fiets nooit bloot aan sterke warmtebronnen.
39
6.6 Checklist voor het rijden
39
Controleer de fiets elke keer voor het rijden.
39
6.7 Zijstandaard gebruiken
40
Vallen door omlaag geklapte zijstandaard
40
Klap de zijstandaard voor het rijden volledig omhoog.
40
Parkeer de fiets uitsluitend op een vlakke, stevige ondergrond.
40
Controleer de stabiliteit in het bijzonder wanneer de fiets is voorzien van accessoires of is beladen met bagage.
40
6.7.1 Zijstandaard omhoog klappen
40
Klap de zijstandaard voor het rijden met de voet volledig omhoog.
40
6.7.1.1 Fiets parkeren
40
Klap de zijstandaard voor het parkeren met de voet volledig omlaag.
40
Parkeer de fiets voorzichtig en controleer dat deze stabiel staat.
40
6.8 Bagagedrager gebruiken
40
Vallen door beladen bagagedrager
40
Oefen een veilig gebruik met beladen bagagedrager voordat de fiets op de openbare weg wordt gebruikt.
40
Vallen door niet vastgezette bagage
40
Zet op de bagagedrager geplaatste voorwerpen voldoende vast.
40
Op de bagagedrager bevestigde voorwerpen mogen nooit de reflectoren, de koplamp of het achterlicht afdekken.
40
Beknelling van de vingers door veerklem
40
Laat de veerklem nooit ongecontroleerd dichtklappen.
40
Let bij het sluiten van de veerklem op de positie van de vingers.
40
Overschrijd nooit het hoogste toegestane totaalgewicht bij het beladen.
40
Overschrijd nooit het maximale draagvermogen van de bagagedrager.
40
Breng nooit wijzigingen aan aan de bagagedrager.
40
Verdeel de bagage zo evenredig mogelijk over de linker- en rechterzijde.
40
Het gebruik van fietstassen of bagagemanden wordt aanbevolen.
40
6.9 Rem
41
Vallen door falen van de remmen
41
Laat nooit olie of smeermiddelen in contact komen met de remschijf resp. met de remblokken en de velg
41
Wend u tot een dealer of werkplaats voor reiniging of vervanging van componenten wanneer de remblokken in contact zijn gekomen met olie of smeermiddelen.
41
Laat bij lange afdalingen de rem regelmatig los.
41
Amputatie door draaiende remschijf
41
Houd de vingers altijd verwijderd van draaiende remschijven.
41
Brandwonden door heetgelopen remmen
41
Vermijd contact met de onderdelen van de rem direct na het rijden.
41
Vallen door natte omstandigheden
41
Rijd langzaam en rem tijdig.
41
Vallen door verkeerd gebruik
41
Verplaats uw lichaamsgewicht zo ver mogelijk naar achteren en omlaag.
41
Oefen het remmen, ook in noodsituaties, voordat de fiets op de openbare weg wordt gebruikt.
41
Gebruik de fiets nooit wanneer u bij het indrukken van de remhendel geen weerstand voelt. Neem contact op met een dealer.
41
Vallen na reiniging of opslag
41
Het remsysteem is niet bedoeld voor gebruik bij een op de kop staande of platgelegde fiets. Hierdoor kan de rem onder bepaalde omstandigheden niet correct werken. Dit kan leiden tot een val met letsel.
41
Wanneer de fiets op de kop is gezet of platgelegd, moet voor het rijden de rem enkele keren worden bediend om te zorgen dat deze weer normaal werkt.
41
Gebruik de fiets nooit wanneer de rem niet goed werkt. Neem contact op met een dealer.
41
Trap tijdens het remmen niet meer op de pedalen voor een optimaal remresultaat.
41
6.9.1 Remhendel gebruiken
42
Afbeelding 48: Remhendel achter (1) en voor (2), voorbeeld Shimano rem
42
Knijp in de linker remhendel voor bediening van de voorwielrem.
42
Knijp in de rechter remhendel voor bediening van de achterwielrem.
42
6.9.2 Terugtraprem gebruiken
42
6.10 Vering en demping
42
6.10.1 Drukdemper van de Suntour-vork afstellen
42
Afbeelding 49: Suntour drukdemperafsteller met de standen OPEN (1) en LOCK (2)
42
In de stand OPEN is de demping het kleinst zodat de vork zachter aanvoelt.
42
Gebruik de stand LOCK wanneer de vork stijver moet aanvoelen of wanneer u op een zachte ondergrond of in de bergen rijdt.
42
De standen tussen OPEN en LOCK zijn voor fijnafstemming van de demping.
42
6.10.2 Drukdemper van de FOX-vork afstellen
42
Afbeelding 50: FOX drukdemperafsteller met de standen OPEN (1) en HARD (2)
42
In de stand OPEN is de drukdemping het kleinst zodat de vork zachter aanvoelt.
42
Gebruik de stand HARD wanneer de vork stijver moet aanvoelen of wanneer u op een zachte ondergrond of in de bergen rijdt.
42
De hendelstanden tussen de standen OPEN en HARD zijn voor fijnafstelling van de drukdemping.
42
6.11 Versnelling
43
Onderbreek tijdens het schakelen kort het trappen. Daardoor gaat het schakelen gemakkelijker en treedt minder slijtage op van de aandrijflijn.
43
6.11.1 Derailleur gebruiken
43
Afbeelding 51: Schakelhendel omlaag (1) en schakelhendel omhoog (2) van de linker (I) en rechter (II) versnelling
43
Schakel met de schakelhendels naar de passende versnelling.
43
Reinig en smeer de derailleur wanneer het overschakelen blokkeert.
43
6.11.2 Versnellingsnaaf gebruiken
43
Vallen door verkeerd gebruik
43
Oefen tijdens het schakelen weinig kracht uit op de pedalen.
43
Schakel nooit meer dan één versnelling over.
43
Gebruik de fiets nooit op plaatsen waar water in de naaf kan binnendringen.
43
Demonteer de naaf nooit zelf. Neem contact op met uw dealer.
43
Draai de draaibare handvatschakelaar (1) naar achteren om op te schakelen (4).
44
Draai de draaibare handvatschakelaar (1) naar voren om neer te schakelen (2).
44
Afbeelding 52: Voorbeeld gebruik Shimano Nexus versnelling
44
Discussie
Laat een opmerking achter of stel een vraag
Hallo, ik heb een Pegasus fiets van 2020 en ik wil de zithoogte aanpassen maar ik weet niet precies hoe ik de snelspanner van de zadelpen goed moet afstellen. Is er een bepaalde volgorde of truukje om dit goed te doen zonder dat het zadel later gaat zakken tijdens het rijden?
Dat herken ik wel, bij mijn Pegasus had ik in het begin hetzelfde. Het gaat erom dat je de snelspanner niet zomaar aantrekt maar eerst de hoogte instelt en dan de hendel echt stevig dichtklikt, niet alleen de moer aandraaien. In het manual staat bij sectie 6.3.1.3 precies beschreven hoe je de spankracht correct instelt. Als de hendel moeiteloos dicht gaat zit hij te los, je moet er echt wat weerstand bij voelen.
Doe mee aan de discussie
Stel een vraag over de handleiding of voeg een nuttig antwoord toe voor andere gebruikers.